naar inhoud

“Een geïntegreerde zorgvisie” ....

 

   ...  vanuit een handelingsgericht kader

 

Algemeen uitgangspunt

Leerlingen verschillen en dat stelt de school voor de uitdaging om te differentiëren en de aanpak af te stemmen op datgene wat leerlingen nodig hebben om te leren, te ontwikkelen.

Dit gaat niet alleen op voor leerlingen met leer- en ontwikkelingsstoornissen zoals dyslexie, ASS, ADHD,… , maar ook voor leerlingen die minder kansen krijgen omwille van hun culturele, etnische, sociale of economische achtergrond. De school tracht in dit opzicht kansarmoede in te perken en alle leerlingen kansen te bieden om hun talenten te ontwikkelen.

Sinds het invoeren van het GOK-decreet is een toenemende aandacht voor de zorg voor kinderen met specifieke onderwijs- en opvoedingsbehoeften kenmerkend voor het onderwijs op onze school.

De school stippelde een zorgbeleid uit en vertrok daarbij vanuit het pedagogisch project.

Doel van dit zorgbeleid is dat de school en de leerkrachten, door aan te sluiten bij de specifieke onderwijs- en opvoedingsbehoeften van leerlingen in het algemeen maar ook van bepaalde risicogroepen in het bijzonder, de leerlingen zo veel mogelijk kansen bieden om zichzelf maximaal te ontplooien.

Gevolg hiervan is dat de taakopvatting en handelingsbekwaamheid van leraren op vlak van zorg is toegenomen. Immers de begeleiding van of zorg voor leerlingen is door de jaren heen geëvolueerd van klasexterne begeleiding, door “remedial teachers”, naar een geïntegreerde zorgwerking met de leraar als eerstelijnsverantwoordelijke ondersteund door het zorgteam bestaande uit directeur en zorgcoördinator.

Het zorgbeleid is voor alle actoren transparant. Ouders en externe hulpverleners zijn belangrijke partners geworden. De stem van de leerling wordt ook gehoord.

In die zin spreken we vanaf heden over een geïntegreerd zorgbeleid dat getypeerd kan worden door een “whole-school approach”.

 

De leraar binnen het zorgbeleid

Geïntegreerde zorg betekent ten eerste dat alle leraren betrokken zijn in de zorgverlening aan leerlingen en deze begeleiding integreren in hun onderwijskundige en pedagogische aanpak. De rol van de leraar in het verlenen van zorg staat centraal en is te omschrijven als eerstelijnsverantwoordelijke. Immers de leerkracht beschikt over waardevolle informatie betreffende het kind waardoor hij onderwijsbehoeften van leerlingen snel kan detecteren. Dit sluit aan bij het idee van zorgverlening vanuit een zorgcontinuüm en vanuit het principe dat de leraar het verschil maakt: “De leraar doet ertoe”(Marzano, 2007).

Het zorgcontinuüm is een begeleidingscontinuüm dat uit vier fasen bestaat: een goede preventieve basiszorg (fase 0), een fase van verhoogde zorg (fase 1), een fase van uitbreiding van zorg (fase 2) en de overstap naar een school op maat (fase 3) ( Pameijer et al., 2010).

Een goede preventieve basiszorg (fase 0) start met kwaliteitsvol onderwijs in de klas voor alle leerlingen. Kenmerkend hiervoor zijn het creëren van een veilig pedagogisch klimaat, het realiseren van een effectief klasmanagement, het geven van goed onderwijs, het opvolgen van alle leerlingen en het open communiceren met ouders.

Het vroeg signaleren van leerlingen die extra zorg (fase 1) nodig hebben is een belangrijke taak van de leraar. Dit houdt in dat de leraar leerlingengegevens verzamelt en noteert, de onderwijsbehoeften van alle leerlingen benoemt en vervolgens die leerlingen signaleert die extra begeleiding nodig hebben. Het leerlingvolgsysteem is het werkinstrument bij uitstek.

Wanneer structurele, interactieve en preventieve acties gericht op alle leerlingen niet volstaan, kan binnen de reguliere werking en omkadering van de school extra ondersteuning aan leerlingen gegeven worden. De leraar gaat zijn onderwijs dan afstemmen op de specifieke behoeften van deze leerlingen. Daarbij gaat hij op zoek naar doelgerichte aanpassingen en toepassingen van specifieke maatregelen in de klas. Het zorgteam, o.l.v. de zorgcoördinator, ondersteunt de leraar.

Wanneer in de fase van extra zorg de middelen binnen de school en de inspanningen van het schoolteam niet voldoende blijken, kan beroep gedaan worden op het CLB en externen om zorg op basis van een individueel begeleidingsplan aan te bieden (fase 2). De ouders worden als ervaringsdeskundigen in deze fase van zorg intensiever betrokken.

Als laatste stap kan dan, indien het voorgaande niet volstaat, de overstap naar een school voor buitengewoon onderwijs overwogen worden (fase 3).

De rol van de leraar situeert zich zodoende in de eerste plaats in het verlenen van een goede basiszorg die preventief werkt en het verlenen van verhoogde zorg voor die leerlingen die hier behoefte aan hebben.

Maar verder werken leraren, als belangrijke partner binnen het zorgcontinuüm, ook samen met interne en externe begeleiders, ouders en leerlingen zelf om zorg op maat te kunnen bieden.

 

De zorgcoördinator binnen het zorgbeleid

De verantwoordelijkheid van de zorgcoördinator onderging een evolutie. De oorspronkelijke opdracht, waarbij het remediëren van specifieke onderwijsbehoeften van leerlingen centraal stond, heeft plaatsgemaakt voor een meer uitgebreide set van taken gericht op de leerlingen en hun ouders, collega-leraren en externe diensten.

De coördinerende functie van de zorgcoördinator (in samenwerking met het CLB) omvat o.a. het opzetten van begeleidingsprogramma’s en leerlingvolgsystemen, het organiseren van overleg, het coördineren van doorverwijzingen, het onderhouden van contacten en het organiseren van samenwerking met externe diensten.

De zorgcoördinator oefent ook een ondersteunende rol uit naar leraren en ouders wanneer zij geconfronteerd worden met problemen die hun draagkracht overstijgen. Hij stimuleert de leraar of staat zelf in voor gerichte professionaliseringsactiviteiten.

In specifieke gevallen begeleidt hij zelf leerlingen. Zo nodig stemt hij de zorg op school af op de zorg verleend door externe diensten.

De zorgtaken situeren zich op drie niveaus (Omzendbrief BaO/2005/11):

  • alle zorginitiatieven op niveau van de school coördineren
  • de handelingsbekwaamheid en de draagkracht van de individuele leerkrachten en van het schoolteam verhogen
  • leerlingenbegeleiding

 

Het CLB binnen het zorgbeleid 

We streven een vlotte samenwerking met het CLB na.

Het CLB focust zich op de vraaggestuurde werking, het verzekerd aanbod en de preventieve gezondheidszorg, de leerplichtopvolging en dit alles met duidelijke linken naar de dynamiek van gelijke onderwijskansen en de integrale jeugdhulp.

 

Het CLB werkt subsidiair. Klasinterne ondersteuning is prioritair; wat in de klas kan, hoeft niet daarbuiten georganiseerd te worden.

Daarenboven werkt het CLB multidisciplinair en is het deskundig in het verhelderen van vragen i.v.m. hulpverlening en op het vlak van handelingsgerichte diagnostiek en remediëring van leer- en ontwikkelingsmoeilijkheden die buiten het kennisveld van de school liggen (fase 2).

Het CLB vormt een netwerk met andere hulpverleners en werkt met de school nauw samen in de trajectbegeleiding van leerlingen met speciale onderwijsbehoeften, de verwijzing naar het buitengewoon onderwijs en de begeleiding in het kader van de leerplicht.

De concrete uitwerking van dit alles wordt vertaald in een afsprakennota, die jaarlijks geëvalueerd en bijgestuurd wordt.

 

De ouders binnen het zorgbeleid

Zorg is en blijft een gedeelde verantwoordelijkheid waarin ook de ouders een belangrijke partij zijn. De school respecteert de opvoedingsdeskundigheid van de ouders en verwacht omgekeerd van de ouders om de onderwijsdeskundigheid van de school te respecteren. Dit wederzijds respect houdt in dat we aanvaarden dat kinderen in de school- en thuissituatie kunnen verschillen. Openheid en transparantie tussen de school en de ouders wordt nagestreefd. De school onderneemt acties om de kloof tussen kansarme gezinnen en de school te verkleinen.

De school maakt werk van een doeltreffend inschrijvingsbeleid. De focus hierbij ligt enerzijds op informatieverstrekking en anderzijds op een uitgebreide intake over de leerling.

De school informeert ouders indien specifieke acties dienen ondernomen te worden. Er worden systematische gespreksmomenten georganiseerd in de vorm van oudercontactavonden, doch ouders kunnen indien de noodzaak zich voordoet ook tussen deze momenten op school uitgenodigd worden voor een gesprek betreffende hun kind. Ouders kunnen met hun vragen steeds in de school terecht. 

Indien hulp van externen nodig blijkt, willen we ouders ondersteunen in het nemen van de nodige stappen. Wij blijven als school, mits toestemming van de ouders, contact houden met deze hulpverleners.