naar inhoud

Pedagogisch project Klavertje 4

1. Algemeen
Opvoeden veronderstelt een concept, een visie, een mens- en maatschappijbeeld. Een school die kinderen wil opvoeden kiest de waarden die ze in de school wil nastreven. Daartussen zitten uiteraard een aantal universele waarden, maar ook een aantal typische schooleigen waarden. Die kiest de school er speciaal uit omdat ze die nu in deze omstandigheden en in dit milieu voor de kinderen erg belangrijk vindt. Dit project is er nodig om een voor iedereen duidelijke en gemeenschappelijke visie op onderwijs en opvoeding te hebben.
Een pedagogisch project is nooit af. De school zal er geregeld bij stilstaan, het evalueren op zijn blijvende bruikbaarheid.
Het onderwijs dat binnen onze school wordt aangeboden, past in het kader van dit pedagogisch project, vastgelegd door de gemeenteraad. Dit pedagogisch project bepaalt de aard en het karakter van het onderwijsaanbod binnen de school. Van de leerkrachten wordt dan ook geëist dat ze volgens de richtlijnen van dit pedagogisch project onderwijs en opvoeding verschaffen. Alle andere participanten worden verondersteld de opties van dit pedagogisch project te onderschrijven.
Het pedagogisch project zal op niveau van de schoolwerking zijn vertaling vinden in het schoolwerkplan en het schoolreglement. Alle beslissingen houden uiteraard rekening met de van kracht zijnde onderwijswetgeving.


2. Situering van de onderwijsinstelling
Onze school is een basisschool die behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijs. Het schoolbestuur is het gemeentebestuur van de stad Diksmuide.
? Als openbare instelling staat onze school open voor alle kinderen, welke ook de levensopvatting van de ouders is.
? Het onderwijs op onze school is bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd vanaf 2,5 jaar.
? Het onderwijs is zo ingericht dat de leerlingen in beginsel binnen een periode van 10 aaneensluitende jaren de school kunnen doorlopen.
? De school realiseert de eindtermen door het Departement Onderwijs opgelegd via het leerplan van het O.V.S.G. (Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap).
? De vrije keuze van erkende filosofische, religieuze of ideologische overtuiging is gewaarborgd.
? De modaliteiten van het onderwijs dat binnen onze school door de leraren wordt aangeboden past in het kader van richtlijnen, vastgelegd door het gemeentebestuur in een door haar erkend pedagogisch project.
? Dit pedagogisch project bepaalt de aard van het onderwijsaanbod binnen onze school. Van de leraren wordt geëist dat ze volgens de richtlijnen van dit pedagogisch project onderwijs verschaffen. Alle andere participanten onderschrijven deze opties en respecteren het pedagogisch project.
? Beslissingen inzake gemeentelijk onderwijs, rekening houdend met de vigerende onderwijswetgeving, behoren tot de bevoegdheid van de gemeenteraad. Het gemeentebestuur, als schoolbestuur, heeft dus een verregaande autonomie inzake vormgeving en inhoud van haar gemeentelijk onderwijs. Het pedagogisch project geeft vorm aan deze autonomie.


3. De eigenheid van het gemeentelijk onderwijs Diksmuide
Het gemeentelijk onderwijs ligt verspreid over de deelgemeenten in Diksmuide. De scholen kenmerken zich door hun kleinschaligheid, de familiale sfeer en daardoor het directe contact met de ouders en leerlingen. De kleinere klasgroepen bevorderen de individuele aanpak en begeleiding. Door hun landelijke ligging zijn ze meestal geënt in een rustige, groene en verkeersluwe omgeving. Toch begeleidt de school de fietsers en voetgangers. De scholen liggen verankerd in de lokale gemeenschap maar bieden tevens een ruime blik op de wereld. Dit vertaalt zich in het respect voor de medemens dichtbij en veraf. Door dit alles bezorgt de lokale school het dorpsleven een meerwaarde.
Tevens worden vaak schooloverschrijdende activiteiten gepland die het groepsgevoel verstevigen: de wandeldag, de sportactiviteiten op woensdagnamiddag, de openluchtklassen en de zwemactiviteiten.
Door het voortdurende contact met de leefwereld in het dorp, kenmerkt de school zich als een open school waar ouders altijd welkom zijn. Opendeurdagen en huisbezoeken, ouderavonden, schoolfeesten en de schoolwebsite bevorderen de contacten tussen school en thuis. Daardoor kan de werking van de school beter afgestemd worden op de noden van elk kind. De scholen zijn buiten de schooluren door de opvangmogelijkheden ruim toegankelijk.
Het gemeentelijk onderwijs staat borg voor kwaliteitsvol onderwijs. Gemotiveerde leerkrachten zetten zich dagelijks in om alle kinderen goede ontplooiingskansen te bieden. Via constante vorming garandeert het leerkrachtenteam een hoge professionaliteit. Naast een cognitieve ontwikkeling besteedt de school heel veel aandacht aan de sociale ontwikkeling van elk kind; biedt de school ruime kansen tot culturele en sportieve opvoeding. Kenmerkend zijn de verkiezing tot sportvrouw- of man van het jaar, het bibliotheekbezoek en de film- en toneelvoorstellingen. Daartoe doet de school vaak een beroep op de cultuurdienst van de stad Diksmuide. De school verlaagt de drempels tussen kleuter en lager onderwijs en staat garant voor een vlotte doorstroming naar het secundair onderwijs.
Bij het uitbouwen van ons onderwijs staat de zorg voor elk kind centraal. Door een moderne onderwijsaanpak worden de kinderen zo goed mogelijk begeleid in hun groei naar volwassenheid. Dit gebeurt o.a. door klasdoorbrekend te werken. Doordat kinderen kunnen en mogen verschillen, worden op vele terreinen aparte zorgtaken opgenomen. De mogelijke problemen worden tijdig opgespoord en door de klasleerkrachten en het zorgteam opgevolgd.


4. Fundamentele uitgangspunten
Onder fundamentele uitgangspunten wordt verstaan: principiële houdingen die men heeft t.a.v. mens en maatschappij. Deze uitgangspunten hebben een directe invloed op hoe men over opvoeding en onderwijs denkt. Dit tienpuntenplan ligt vervat in het Gemeenschappelijk Pedagogisch Project van het Officieel Gesubsidieerd Onderwijs, goedgekeurd door de Raad van Bestuur OVSG (25/09/1996)
4.1. Openheid
De school staat ten dienste van de gemeenschap en staat open voor alle kinderen, ongeacht hun filosofische of ideologische overtuiging, sociale of etnische afkomst, sekse of nationaliteit.
4.2. Verscheidenheid
De school vertrekt vanuit een positieve erkenning van de verscheidenheid en wil waarden en overtuigingen, die in de gemeenschap leven, onbevooroordeeld met elkaar confronteren. Zij ziet dit als een verrijking voor de gehele schoolbevolking.
4.3. Democratisch
De school is het product van de fundamenteel democratische overtuiging, dat verschillende opvattingen over mens en maatschappij in de gemeenschap met wederzijds respect kunnen bestaan.
4.4. Socialisatie
De school leert jongeren leven met anderen en voedt hen op met het doel hen als volwaardige leden te laten deelhebben aan een democratische en pluralistische samenleving.
4.5. Emancipatie
De school kiest voor emancipatorisch onderwijs door alle leerlingen gelijke ontwikkelingskansen te bieden overeenkomstig hun mogelijkheden. Zij wakkert zelfredzaamheid aan door leerlingen mondig en weerbaar te maken.
4.6. Totale persoon
De school erkent het belang van onderwijs en opvoeding. Zij streeft een harmonische persoonlijkheidsvorming na en hecht evenveel waarde aan kennisverwerving als aan attitudevorming.
4.7. Gelijke kansen
De school treedt compenserend op voor kansarme leerlingen door bewust te proberen de gevolgen van een ongelijke sociale positie om te buigen.
4.8. Medemens
De school voedt op tot respect voor de eigenheid van elke mens. Zij stelt dat de eigen vrijheid niet kan leiden tot de aantasting van de vrijheid van de medemens. Zij stelt dat een gezonde leefomgeving het onvervreemdbare goed is van elkeen.
4.9. Europees
De school brengt de leerlingen de gedachte bij van het Europese burgerschap en vraagt aandacht voor het mondiale gebeuren en het multiculturele gemeenschapsleven.
4.10. Mensenrechten
De school draagt de beginselen uit die vervat zijn in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en van het Kind, neemt er de verdediging van op. Zij wijst vooroordelen, discriminatie en indoctrinatie van de hand.

5. Visie op basisonderwijs
De kwaliteit van de school zal zich in eerste plaats uiten in het dagelijks pedagogisch klimaat, het samenlevingsmodel dat de school uitbouwt en de leef- en werkcultuur die er heerst.
Als basis voor goed onderwijs, wil de school voortdurend bekommerd zijn en initiatieven nemen om de kinderen een positief zelfbeeld (welbevinden) te bezorgen, om hen blijvend te motiveren en hen aan te moedigen initiatieven te nemen (betrokkenheid). Daarenboven levert de school inspanningen om kinderen te leren samenwerken en te communiceren, hun zelfstandigheid te bevorderen, hun probleemoplossend en creatief denken te stimuleren en hen zelfgestuurd te leren leren.
Onder kenmerken van goed onderwijs verstaat de school samenhang, totale persoonlijkheidsontwikkeling, zorgbreedte, actief leren en continue ontwikkelingslijn.
5.1. Samenhang
De school moet leersituaties creëren die voor de kinderen herkenbaar zijn. De kinderen moeten daarbij de centrale plaats innemen. Tevens dienen kinderen zich op de eerste plaats veilig en goed te voelen op de basisschool.
De doelstellingen van het basisonderwijs hebben niet enkel betrekking op kennis opdoen. Ook het verwerven van inzichten, vaardigheden en attitudes zijn belangrijke doelstellingen. Daarnaast dienen 'leren leren', 'probleemoplossend denken' en 'sociale vaardigheden' door de basisschool heen in verschillende leergebieden aandacht te krijgen.
5.2. Totale persoonlijkheidsontwikkeling
Alle aspecten van de persoonlijkheid dienen via de aangeboden vorming in hun ontwikkeling te worden gestimuleerd en dit op evenwichtige wijze. Aandacht voor de totale persoonlijkheidsvorming houdt in dat het schoolteam zich beraadt over een evenwichtig vormingsaanbod en een evenwichtige activiteitenplanning. De school houdt in haar aanbod niet alleen rekening met de verschillende ontwikkelingsterreinen maar ook met de verschillen in persoonlijkheidsontwikkeling.
5.3. Zorgbreedte
Een goede interactie tussen kind en leraar, die ook rekening houdt met de thuissituatie, is noodzakelijk om tot succesvolle oplossingen te komen. Zorgbreedte heeft te maken met de aandacht die de school aan kinderen wil geven, met de wijze waarop ze omgaat met verschillen tussen kinderen. Soepele overgangen van kleuterniveau naar lager onderwijs en tussen leeftijdsgroepen dienen te worden gecreëerd. De schoolteamleden trachten hun onderwijs af te stemmen op de mogelijkheden van de individuele kinderen die ze op school begeleiden. Dit impliceert dat de school aan een aantal organisatorische voorwaarden voldoet: overlegmogelijkheid, flexibele klasorganisatie. Daarnaast moeten de leraren de attitude hebben om met elkaar over hun onderwijspraktijk te overleggen, systematisch te reflecteren op de eigen praktijk en open te staan voor nieuwe inhoudelijke vormen van onderwijsondersteuning. Zorgen dat kinderen zich goed en geaccepteerd voelen op school, er gaan functioneren en er plezier beleven behoort tot de essentie van zorgverbreding. Een school zal differentiatievormen inbouwen met het oog op het ondersteunen van elk kind in zijn ontwikkelingsmogelijkheden. Om een optimale zorg te realiseren heeft de school een zorgvisie opgesteld.
5.4. Actief leren
Actief leren is voor het kind een productief en creatief proces. De sociale interactie tussen leraar en leerling en tussen leerlingen onderling is een essentieel onderdeel van dit proces. Om actief leren op school te stimuleren, dienen realistische en betekenisvolle probleemsituaties (contexten) binnen de leersituatie te worden gecreëerd. Bij actief leren ligt de klemtoon eerder op het verwerken van, dan op de hoeveelheid aan leerinhouden. Kennis en inzicht zijn in die mate belangrijk dat zij gekoppeld kunnen worden aan denkhandelingen en strategische vaardigheden. Hierdoor worden ze voor het kind hanteerbaar binnen probleemsituaties en worden ze hefbomen voor actief leren en ontwikkeling.
5.5. Continue ontwikkelingslijn
Via het aangeboden onderwijs streeft men er naar de moeilijkheidsgraad en de inhoud af te stemmen op de ontwikkelingsmogelijkheden en -behoeften van de leerlingen. Aandacht voor 'continuïteit' binnen onderwijs betekent ook dat men de drempels tussen de verschillende fasen van de schoolloopbaan, tussen leergebieden (zie samenhang), tussen thuis- en schoolervaringen van de leerlingen, zo laag mogelijk maakt. De begeleiders van het kind op de basisschool moeten deze continuïteit nastreven. Voor de schoolteamleden betekent dit gelijkgerichtheid, stimuleren van een doorlopende leer- en ontwikkelingslijn, afspraken maken en nakomen.
De doelen uit het Pedagogisch Project worden geconcretiseerd via het gebruik van de OVSG-leerplannen en dat voor de leergebieden lichamelijke opvoeding, muzische vorming, Nederlands, Frans, wereldoriëntatie, wiskunde en via de leergebiedoverschrijdende thema's leren leren en sociale vaardigheden Daarnaast omvat het onderwijsaanbod voor het lager onderwijs twee lestijden onderwijs in één van de erkende godsdiensten of in niet-confessionele zedenleer.